Als je eenmaal verliefd bent geworden op de alpaca is er vaak geen houden meer aan. 
De alpaca is een gemakkelijk dier. Het is echter geen schaap, geit, hert, koe of paard. Het is een kameelachtige met zijn eigen (unieke) kenmerken en gedragingen. Het is daarom zaak om je goed voor te bereiden op de aanschaf en het houden van alpaca’s.

Op deze pagina proberen wij een kennisbank met alpacaweetjes op te bouwen, uit te breiden en bij te houden, zodat je de basis voor het houden en verzorgen van deze prachtige dieren altijd gemakkelijk weer kunt terugvinden.



Algemeen

De alpaca (Vicugna pacos) is, net als de lama (Llama glama), een kameelachtige (Camelidae) uit de orde van de evenhoevigen. De oorsprong van beide soorten ligt in Zuid-Amerika, meer specifiek de hoogvlakten van het Andesgebergte in de landen Peru, Chili en Bolivia. Ze leven op grote hoogte, boven 3000 meter, waar grote verschillen voorkomen in etmaaltemperatuur. Overdag is het soms wel 30 graden boven nul, terwijl het dezelfde nacht 25 graden kan vriezen. Daarom hebben ze een vacht die bijzonder goed isoleert en die de dieren bescherming biedt tegen deze grote verschillen. Al in de tijd van de Inca’s werden alpaca’s en lama’s gehouden voor hun wol, vlees, huid en mest. De lama had daarnaast ook een functie als lastdier. In het wild bestond deze familie slechts uit twee soorten; de Guanaco en de Vicuña. Aangenomen wordt dat de lama afstamt van de Guanaco, en de alpaca van de Vicuña; beiden zijn dus gedomesticeerde soorten die niet in het wild voorkwamen. Typerend voor kameelachtigen is de gespleten bovenlip. In de bovenkaak zitten geen voortanden. De alpaca heeft twee tenen met nagels aan elke voet en dus geen hoeven. Onder de voet zit een eeltachtig kussen. De oren van de alpaca zijn nagenoeg recht, dit in tegenstelling tot de oren van de lama die banaanvormig zijn. De alpaca heeft een schofthoogte van zo’n 80 tot 95 centimeter, waarbij de lengte van de nek en de poten het dier een bijzonder voorkomen geven. Het dier komt voor in zo’n 16 verschillende effen kleuren. Daarnaast zijn er natuurlijk ook allerlei bonte varianten. Onderling lichamelijk contact wordt in de regel niet op prijs gesteld, de communicatie verloopt via geluiden. De gemiddelde levensverwachting van de alpaca ligt tussen vijftien en twintig jaar. De alpaca is een rustig en sterk, territoriaal gericht kuddedier. Kameelachtigen leven van nature in haremverband (tot ongeveer 20 dieren), waarbij een dominant mannetje (macho) een aantal vrouwtjes (hembra) en veulens (cria) om zich heen heeft. De zwakkere mannetjes leven ook in een groep waarvan er één duidelijk de leider is. We onderscheiden twee soorten alpacarassen, namelijk de Suri en de Huacaya. De Suri heeft lange strengen vacht bestaande uit vrijwel rechte, dunne vezels waarbij vooral de zijdeachtige glans opvalt. De vacht van de Huacaya is “wolliger”, vaak dichter, staat min of meer loodrecht op de huid en vertoont meestal meer ‘karakter’. De Huacaya komt van deze twee rassen het meest voor. Vanaf begin jaren 80 worden alpaca’s gehouden in o.a. in Noord-Amerika, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Sinds de eeuwwisseling ziet men de alpaca ook steeds meer in Europa, vooral in de landen Engeland, Duitsland, Zwitserland, België en Nederland. Ook in de meeste andere landen van Europa is de alpaca inmiddels een bekende verschijning aan het worden.

Onze adviescommissie heeft een advieslijst voor de alpacahouder opgesteld. Het is raadzaam deze advieslijst goed te lezen alvorens men alpaca’s aanschaft!

Category: Algemeen

Load More